Les 1.2 Doelen

In de vorige les heb je in kaart gebracht waar je nu staat. De volgende stap is het stellen van doelen. Doelen die je in deze training graag wil behalen. Doordat je nu al zicht hebt op waar je nu staat, weet je waarschijnlijk ook waar je nog aan kunt werken. In deze les leer je waar een doel aan moet voldoen.

Zeggen wat je wél wil

Als eerste is het belangrijk om te zeggen wat je WEL wil en dus niet wat je NIET wil. De meeste mensen zijn gewend om te zeggen wat ze niet meer willen.

Bijvoorbeeld:

Ik wil niet meer snoepen.

Ik wil geen eetbuien meer.

Ik wil dit gewicht niet meer hebben.

Maar wat wil je dan wel? Wil je meer groente en fruit eten? Wil je vaker gaan wandelen? Wil je beter voor jezelf zorgen? Wil je vaker ‘nee’ zeggen tegen traktaties? Wil je om leren gaan met eetbuien? Wil je blij zijn met jezelf? Wat wil je?

Hou het klein

Ten tweede mag je je doel klein houden. Want hoe kleiner je doel, hoe groter de kans dat je het haalt. Vaak hebben mensen de neiging om grote doelen te stellen, waardoor bij voorbaat de moed al in de schoenen zakt.

Bijvoorbeeld:

Ik eet als tussendoortje alleen maar fruit en rauwkost.

Ik ga elke dag een uur wandelen.

Ik ga 10 kg afvallen.

Is dit haalbaar en realistisch? Het is superleuk en motiverend om doelen te halen. Maak dus liever meerdere kleine doelen dan één groot doel!

Tegenwoordige tijd

Verder is het belangrijk dat je een doel in de tegenwoordige tijd formuleert. Dus niet ‘Ik wil’ of ‘Ik moet’ of ‘Ik zal’. Dat heeft namelijk een ander effect als je het leest. Kijk maar:

Ik wil elke dag minimaal een half uur wandelen.

Ik wandel elke dag minimaal een half uur.

Concreet

Maak een doel zo duidelijk en concreet mogelijk. Een doel als ‘Ik ga gezonder eten’ is niet concreet genoeg. Wat ga je dan precies doen? Dagelijks minimaal 200 gram groente eten? Of volkoren producten eten? Net als ‘Ik ga afvallen’. Hoeveel dan? Wil je naar een bepaald gewicht? Of je lievelingsjurkje weer aan kunnen? Wil je liever voor jezelf zijn? Hoe dan precies? Beter voor jezelf zorgen? Wat wil je anders doen dan nu? Denk eraan: hou het klein!

Hoe kun je zien of jij je doelen hebt behaald?

Het is ook fijn om aan het einde van deze training te kunnen zien of jij je doelen hebt behaald. Als jij als doel hebt gesteld: Ik heb een betere relatie met eten, of: Ik heb meer zelfvertrouwen, dan is dat nogal vaag. Soms ontkom je er niet aan en is het lastig om het echt zichtbaar te maken. Wat kan helpen is de cijfers die je bij ‘Waar sta je nu’ hebt ingevuld. Stel je zelf vertrouwen is nu een cijfer 4, waar wil je naar toe? Dat kun je dan achter je doel aangeven, bijvoorbeeld zo:

Ik heb meer zelfvertrouwen (van 4 naar 7)

Samengevat

Ik heb hier bovenstaande punten voor je op een rijtje gezet.

  • Zeg wat je wél wil.
  • Hou het klein.
  • Gebruik de tegenwoordige tijd
  • Maak je doel zo concreet mogelijk.
  • Maak je doel meetbaar.

Opdracht

Schrijf drie doelen op die je gaat behalen in deze training, dus in ongeveer 12 weken tijd. Denk hierbij aan bovenstaande punten.